Verslag Integrale waarneming van landschap en aanlegvarianten Hoogspanningskabel Schiermonnikoog uitgevoerd door Stichting Waddenlicht voor een gezond Waddengebied op 27 juni 2026 – Locatie Schiermonnikoog — kwelder- en duinlandschap

1. Inleiding

Op 27 juni 2026 heeft Stichting Waddenlicht voor een gezond Waddengebied een onderzoek uitgevoerd op de Oostpunt van Schiermonnikoog. Doel was het beoordelen en vergelijken van de effecten van twee mogelijke aanlegmethoden van de geplande hoogspanningskabel door het eiland, op de kwetsbare ecologische omgeving aldaar.

Dit verslag legt de bevindingen vast ten behoeve van TenneT en overige betrokken partijen.

De uitkomsten van de gebruikte onderzoeksmethode zijn kwalitatief van aard en bedoeld als aanvulling op technische en ecologische analyses, doordat niet alleen afzonderlijke effecten worden beschouwd, maar ook de samenhang, ruimtelijke kwaliteit en het karakter van het gebied als geheel worden meegenomen.

2. Kwalitatieve onderzoeksmethode
De methode maakt gebruik van gerichte waarnemingen waarbij de onderzoekers zelf als waarnemingsinstrument fungeren. Zij brengen zichzelf voorafgaand aan de waarneming in een toestand van open en niet-oordelende aandacht. Vanuit deze houding ontstaat ruimte voor een integrale, systematische waarneming.

De onderzoekers richten zich op de kenmerken, samenhang en het karakter van het landschap, waarna de twee voorgestelde aanlegmethoden afzonderlijk werden beschouwd. Vervolgens wordt de interactie tussen landschap en beide aanlegmethoden waargenomen.

De waarnemingen worden gezamenlijk getoetst en vertaald naar de mogelijke gevolgen voor het kwelder- en duinlandschap van Schiermonnikoog en de directe omgeving.

Eén van de deelnemers beschreef de ervaring als volgt:

Ik ken het eiland goed en ik kijk nu uit over de kwelder. Wat er tijdens het onderzoek gebeurde, was dat ik heel erg gefocust raakte en sterk verbonden met het gebied zelf. De vragen over hoe een kabel aangelegd kon worden — twee varianten, een ondergrondse boring of een overlangs — kon ik ongelooflijk goed waarnemen. Die ondergrondse boring heb ik als heel massief, heel verstorend waargenomen. Terwijl ik die overlangs, de methode met een speciale machine door de kwelder heen, tot mijn eigen verrassing als lichtvoetig waarnam. Ik kreeg het beeld van een grote trekker, zoals je die in Noord-Groningen ziet als een boer het land ploegt, met een vlucht meeuwen erachteraan. En als de trekker voorbij is, kunnen de vogels hun gebied weer innemen.”

3. Onderzochte aanlegmethoden

De twee vergeleken methoden zijn:

Methode A — Horizontaal Gestuurde Boring (HDD) met twee plaborms in zee

Methode B — Ingraven met speciaal voor kwelder- en duinlandschap ontworpen trencher

4. Bevindingen
4.1 Oostpunt
Het landschap vanaf de Kobbeduinen naar de Balg, omringd door Noordzee en Waddenzee werd waargenomen als:
– licht
– harmonieus
– in balans
– levendig
– zacht

4.2 Aanlegmethode A — Horizontaal Gestuurde Boring
Waarneming
De HDD aanlegmethode met zijn twee plaborms, waarbij een tweede seizoen nodig is om de kabels door te trekken, werd waargenomen als:
– massief
– zwaar
– log
– onbeweeglijk
– gestresst
– sterk gecentreerd

Duiding
Deze kwaliteiten duiden op een werkwijze die weinig ruimte laat voor flexibiliteit of aanpassing tijdens de uitvoering en die zich nauwelijks lijkt te kunnen verbinden met dynamiek van de omgeving.
In relatie tot het aanlegplan sluit dit aan bij kenmerken als de vaste werkplaborms, de langdurige aanwezigheid van materieel en de beperkte mogelijkheid om de uitvoeringswijze tussentijds aan te passen.

Bij de vertaling van deze waarneming naar de concrete aanlegmethode dienen zich de volgende beelden aan:
– intensieve aan- en afvoerlijnen met sterke en langdurige verstoring
– langdurige geluid- en lichtverstoring
– verstoring gedurende twee seizoenen met een grotere kans op langdurig vermijdingsgedrag van vogels
– zeer beperkte mogelijkheid om de uitvoering aan te passen aan calamiteiten of gewijzigde omstandigheden

4.3 Relatie aanlegmethode A tot de Oostpunt
Waarneming
In de integrale waarneming ontstaat er geen verbinding tussen de aanlegmethode en het landschap. Er worden geen mogelijkheden waargenomen waardoor dit kan veranderen en er wel verbinding zou kunnen ontstaan.

Duiding
Het logge, inflexibele karakter van de aanlegmethode kan geen aansluiting vinden bij -de aard en dynamiek van- het landschap van de Oostpunt.

Vertaling naar deze aanlegmethode op de Oostpunt
Deze waarneming duidt erop dat de aanlegmethode een ‘fremdkörper’ is en blijft in het landschap.

4.4 Aanlegmethode B — Ingraven door speciaal ontworpen trencher

Waarneming
De aanlegmethode waarbij de kabel met een speciaal voor toepassing in kwelder- en duinlandschap ontwikkelde variant op de wadtrencher die een sleuf in de aarde maakt, de kabel erin legt en de sleuf weer dicht gooit, maakt een fundamenteel andere indruk. Dit wordt waargenomen als:
– licht
– zachter
– beetje gespannen
– doelgericht

Duiding
Deze kwaliteiten duiden op een werkwijze die beperkt verstorend is, waarvan de effecten zich grotendeels beperken tot de directe werkomgeving en die ruimte laat voor aanpassing aan veranderende omstandigheden.

Vertaling naar de aanlegmethode
Bij de vertaling van deze waarneming naar de concrete aanlegmethode dienen zich de volgende beelden aan:
– vogels die opvliegen en relaCef snel weer terugkeren
– lokale en beperkte bodemverstoring
– hoge flexibiliteit

4.5 Relatie aanlegmethode B tot de Oostpunt

Waarneming
Het landschap en de aanlegmethode hebben een meer gelijksoortig karakter. Er is niet onmiddellijk verbinding tussen de twee maar deze kan relatief gemakkelijk ontstaan.

Duiding
Deze waarneming duidt erop dat de aanlegmethode zich relatief gemakkelijk zal voegen in het landschap en daarmee zal versmelten.

Vertaling naar deze aanlegmethode op de Oostpunt
De volgende beelden en associaties dienen zich aan: de verstoring heeft een tijdelijk karakter en laat weinig of geen blijvende indruk of schade achter.
De ecologische hersteltijd is kort. De methode laat aanpassing van de route toe bij onverwachte omstandigheden of calamiteiten. Dit vermindert het risico op onomkeerbare schade aanzienlijk.

6. Conclusie en aanbeveling
Het verschil tussen beide methoden is niet gradueel maar fundamenteel van aard:
De HDD-methode wekt de associaCe van een logge, nauwelijks stuurbare tanker die het gebied gedurende meerdere seizoenen beheerst, omringd door voortdurende beroering — massief, moeilijk te sturen, en onmogelijk snel te stoppen, zijn ‘wil’ opleggend aan de natuurlijke omgeving.

De ingraaf-methode roept het beeld op van een boer die ploegt door zijn land, gevolgd door een vlucht meeuwen — gericht, aanpassing aan de natuur is mogelijk. Verstoring en herstel wisselen elkaar snel af, in harmonie met de dynamiek van het landschap.

Op basis van dit onderzoek geeft Stichting Waddenlicht voor een gezond Waddengebied de voorkeur aan methode B en geeft zij TenneT in overweging deze variant als uitgangspunt te hanteren bij de verdere planvorming voor de hoogspanningskabel door Schiermonnikoog.

Wij staan graag beschikbaar voor nadere toelichting of overleg.

Annette Polman MSc

Stichting Waddenlicht voor een gezond Waddengebied

    Geef een reactie

    Gerelateerde berichten