Over het waarnemen van energie in een natuurgebied
Je stapt het wad op. De wind, de ruimte, de geur van zilt slik. En zonder dat je er iets voor hoeft te doen, voel je iets in jezelf tot rust komen. Zet daar de drukte van een volle parkeerplaats tegenover, of een overvolle stationshal op een vrijdagmiddag. Na een paar minuten voel je je moe, geïrriteerd, leeg — zonder dat er iets bijzonders is gebeurd.
De meeste mensen herkennen dit meteen. We hebben er ook woorden voor: iets “geeft energie”, iemand “zuigt je leeg”. We raken blijkbaar beïnvloed door iets wat we niet altijd bewust kunnen benoemen — iets in een situatie, een gesprek, of een omgeving.
Dingen hebben een uitstraling. Positief of negatief, voedend of uitputtend. En die energetische toestand nemen we meer of minder bewust waar.
Maar hoe weet je zeker dat het niet alleen om jouw ervaring gaat? Ervaren anderen hetzelfde in dezelfde situatie, of is het persoonlijk? Staat het vast, of kun je het beïnvloeden? Kun je de uitstraling van een gebied ook volgen over een langere periode, op een manier die niet alleen op een losse indruk berust?
Stel je voor dat je elke twee weken de pols opneemt van een eiland.
Niet met een stethoscoop, maar met je intuïtie, een pendel en je handen. Daarmee kun je de energetische ontwikkeling van een gebied in beeld brengen. Dat is wat er de afgelopen twee jaar gebeurde in het project ‘Optimaal Ecosysteem Schiermonnikoog’. Tweewekelijks, zonder uitzondering.
Wat meet je dan precies?
Je kunt verschillende soorten energie onderscheiden, met eigen parameters en meetschalen. Denk aan de boviswaarde: een schaal die de mate van heelheid weergeeft. Ze is oorspronkelijk ontwikkeld door de Franse onderzoeker André Bovis, om de voedingswaarde van etenswaren te bepalen. Of denk aan orgon, dat de vitaliteit van een gebied laat zien. Of aan de mate van stress en blokkades.
Deze, en vele andere parameters worden gemeten door minimaal twee mensen, regelmatig en telkens op dezelfde manier en vervolgens bijgehouden in grafieken. Zo ontstaat in de loop van de tijd een beeld van de energetische ontwikkeling van het gebied — niet gebaseerd op één losse indruk, maar op herhaalde meting.
Wat doe je met die informatie?
Je stuurt bij. Stap voor stap, op basis van wat het gebied aangeeft nodig te hebben en aan te kunnen. Daartoe worden middelen ingezet die via resonantie invloed uitoefenen op het energetische systeem: symbolen uit de heilige geometrie, edelstenen, kleuren. Alles heeft een andere frequentie, en daarmee een ander effect.
Vergelijk het met een tuner die een instrument heel fijn afstelt — niet eenmalig, maar telkens opnieuw, aangepast aan wat er is waargenomen. Het is een levend systeem dat voortdurend beweegt richting meer balans.
Dit proces vraagt geduld. Er zijn geen snelle ingrepen, geen spectaculaire keerpunten. Alleen rustige, regelmatige aandacht — en dan, langzaam, grafieken die de goede kant op bewegen.
Routinewerk of ritueel?
Ik denk weleens aan hoe inheemse volkeren over de hele wereld hun relatie met de natuur onderhielden. Niet als een project met een startdatum en een oplevering, maar als een dagelijkse of wekelijkse praktijk die gewoon bij het leven hoorde. Zingen voor de regen. Offers brengen aan de rivier. De seizoenen markeren met een ceremonie.
Ecoloog en filosoof Matthijs Schouten beschrijft hoe die relatie in het westen langzaam verloren is gegaan — hoe we de natuur steeds meer zijn gaan zien als iets buiten ons, iets wat beheerd moet worden in plaats van iets waarmee je in relatie staat.
Onze tweewekelijkse meting is misschien wel een kleine echo van die inheemse manier van verbinding maken met het subtiele, onbenoembare deel van onze omgeving.
Wat levert het op?
Dat is een eerlijke vraag — en ze verdient een eerlijk antwoord.
In de grafieken zie je het het duidelijkst: een boviswaarde die stijgt, een zelforganisatie die toeneemt, stress die afneemt.
Wanneer deze methode (ECOintention) wordt ingezet bij organisaties, zijn de effecten bovendien beter te onderzoeken en terug te voeren op de methode. In het eerdere project met Natuurmonumenten op Schiermonnikoog vonden doorbraken plaats in situaties die al tien of vijftien jaar vastzaten — zoals de samenwerking met boeren of de bouw van het bezoekerscentrum. Lees er hier meer over
In een natuurgebied als Schiermonnikoog is dat lastiger. Daar zijn zoveel factoren tegelijk in het spel — wind, getij, menselijk gebruik, klimaat — dat je zelden één oorzaak kunt aanwijzen.
Toch zie je hier en daar soorten terugkomen. Herstel dat sneller gaat dan verwacht. Kleine verschuivingen die je opmerkt als je regelmatig aanwezig bent en goed kijkt.
Maar vooral voel je dat het gebied reageert. Dat het geen passief object is, maar een dynamisch geheel dat communiceert — als je maar regelmatig genoeg luistert.
Dan ontstaat verbinding. En verbinding doet goed. Niet alleen tussen mensen, ook tussen mensen en hun natuurlijke omgeving.
