Stichting Waddenlicht voor een gezond Waddengebied maakt hierbij gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het project Net op Zee Doordewind.

Algemene beschouwing

Wij plaatsen een fundamentele kanttekening bij de rechtvaardiging van de voorgenomen ingreep in dit gebied.
Het plangebied maakt onderdeel uit van het UNESCO Werelderfgoed Waddenzee en kent daarnaast een beschermingsregime als Natura 2000-gebied en Nationaal Park. Het behoort daarmee tot de best beschermde natuurgebieden ter wereld. Deze bescherming is niet vrijblijvend, maar bedoeld om de ecologische integriteit van het gebied duurzaam te waarborgen.

Tegelijkertijd constateren wij dat binnen dit project wordt gezocht naar mogelijkheden om – binnen de marges van deze beschermingskaders – toch ingrijpende infrastructuur te realiseren. Daarbij lijkt sprake van een afweging waarbij een beperkte tijdswinst ten opzichte van alternatieven wordt afgezet tegen mogelijke aantasting van een ecosysteem dat zich over duizenden jaren heeft ontwikkeld.

Wij achten het noodzakelijk dat deze afweging expliciet en transparant wordt gemaakt, en dat duidelijk wordt onderbouwd waarom in dit geval wordt gekozen voor benutting van de ruimte binnen de regels, in plaats van het strikt volgen van het onderliggende doel daarvan: het voorkomen van aantasting van natuurwaarden.
Wij wijzen in dit verband tevens op recente adviezen van de Ecologische Autoriteit, waarin wordt benadrukt dat verdere verslechtering van natuurkwaliteit van de Waddenzee moet worden voorkomen en dat herstel urgent is.
Dit roept de vraag op hoe de voorgenomen aanleg van de kabelverbinding zich nu, een klein jaar na de keuze van de minister voor het gekozen tracé, verhoudt tot deze urgentie. 

Reactie op Concept-NRD
Hoewel wij fundamentele vraagtekens plaatsen bij de rechtvaardiging van deze ingreep, erkennen wij dat het project zich in een gevorderd stadium van besluitvorming bevindt.
Om die reden achten wij het van belang om – onverminderd onze principiële bezwaren – ook inhoudelijk bij te dragen aan het beperken van ecologische schade indien het project wordt voortgezet. Daartoe hebben wij een eerste integrale verkenning uitgevoerd en op diverse punten inschattingen gemaakt, dan wel wegingsfactoren toegekend aan door u aangegeven onderdelen: 

In zijn algemeenheid concluderen wij dat de aanlegfase van de kabel een duidelijke en significante verstoring veroorzaakt van het ecosysteem in de Waddenzee en aangrenzende gebieden. Deze verstoring raakt het voedselweb als geheel en leidt tot spanning en ontregeling binnen het systeem, met name tijdens de uitvoeringsperiode. In de gebruiksfase nemen deze effecten sterk af en verdwijnen op termijn grotendeels. 

Aanbevelingen:
Wij adviseren om in het verdere onderzoek en de besluitvorming in ieder geval de volgende uitgangspunten te hanteren: 

  • Seizoensgebonden planning:
    • Voer werkzaamheden in de Waddenzee uit in de periode december–februari.
    • Voer werkzaamheden in kweldergebieden uit in de periode oktober–december.
    • Werk uitsluitend in deze periodes en pas de doorlooptijd aan, zodat uitsluitend in deze minst kwetsbare periode wordt gewerkt.
  • Ecologische randvoorwaarden:
    • Vermijd verstoring van zeehondenrustplaatsen en hoogwatervluchtplaatsen. (Bijlage 1)
    • Houd rekening met het broedseizoen en perioden van opvetten van vogels. (Bijlage 2)
  • Soortspecifieke aandacht:
    • Houd nadrukkelijk rekening met verstoring van bruinvissen, met name door onderwatergeluid en trillingen.
  • Hydrodynamische effecten:

Wij gaan ervan uit dat hydrodynamische en morfologische effecten onderdeel uitmaken van het MER-onderzoek. Gezien de dynamiek en gevoeligheid van het Waddensysteem verwachten wij echter dat de aanlegwerkzaamheden daadwerkelijk kunnen leiden tot meetbare veranderingen in stromingspatronen, sedimenttransport en daarmee samenhangende foerageergebieden.
Wij verzoeken daarom expliciet aandacht voor:

    • Kleinschalige en cumulatieve veranderingen in sedimentatie/erosie
    • Doorwerking naar voedselbeschikbaarheid voor wad- en watervogels 
    • Onzekerheden in modeluitkomsten, mede gezien de complexiteit van het systeem
  • Cumulatieve effecten:
    • Beperk gelijktijdige verstorende activiteiten (zoals visserij, recreatie en baggerwerkzaamheden) tijdens de aanlegfase zoveel mogelijk.
  • Afbakening studiegebied:

Wij achten het noodzakelijk dat het studiegebied zodanig wordt afgebakend dat ook indirecte en cumulatieve effecten worden meegenomen. Op basis van onze analyse kan de reikwijdte van effecten tijdens de aanlegfase oplopen tot een orde van grootte van circa 7–12 km, afhankelijk van het type habitat en verstoringsmechanisme (zie bijlage 3)

Deze aandachtspunten achten wij essentieel om de ecologische impact van het project zo veel mogelijk te beperken.
Wij gaan ervan uit dat in het vervolgonderzoek expliciet wordt getoetst aan de relevante kaders, waaronder de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000, de Kaderrichtlijn Water en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Wij achten het van belang dat deze toetsing niet alleen formeel plaatsvindt, maar ook inhoudelijk leidend is bij de afweging van alternatieven.

Wij verzoeken u om, in het verdere proces, gemotiveerd aan te geven op welke punten en om welke redenen wordt afgeweken van de in deze zienswijze opgenomen aanbevelingen.

Kennisleemtes
In de concept NRD wordt aangegeven dat er sprake is van kennisleemtes. Wij benadrukken dat deze leemtes expliciet en transparant moeten worden benoemd en dat het voorzorgsbeginsel leidend dient te zijn bij onzekerheden.
Gezien de complexiteit van het systeem en de aanwezige onzekerheden achten wij het wenselijk om ook aanvullende invalshoeken te benutten. Wij blijven ons aanbod om, aanvullend op gangbare methoden, bij te dragen aan de duiding van kennisleemtes daarom nadrukkelijk handhaven.

Wij verzoeken u om tijdig inzicht te geven in de geïdentificeerde kennisleemtes, zodat wij hierop gericht kunnen reageren.

Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,

Annette Polman Msc

Directeur Stichting Waddenlicht voor een gezond Waddengebied
06-49966463

Bijlage 1 – Kwetsbaarheid van locaties (indicatieve weging)

In het kader van het vermijden van ecologisch kwetsbare locaties bij het bepalen van het definitieve tracé, hebben wij een indicatieve rangschikking opgesteld van gebiedstypen op basis van gevoeligheid voor verstoring.

Deze rangschikking is bedoeld als aanvullende duiding en kan worden gebruikt bij het prioriteren van mitigerende maatregelen.

Toelichting:
De kwetsbaarheid is bepaald op basis van gevoeligheid voor verstoring, herstelvermogen en ecologische functie binnen het voedselweb.

Zeer hoge kwetsbaarheid
Zeehonden-rustplaatsen
Hoogwatervluchtplaatsen

Hoge kwetsbaarheid
Zeegrasvelden

Matig Kwetsbaar
Schelpenbanken

Relatief lage kwetsbaarheid (maar niet verwaarloosbaar)
Bodemleven

Bijlage 2 – Kwetsbare periodes en ecologische timing

Voor het beperken van ecologische impact is het essentieel om werkzaamheden af te stemmen op natuurlijke ritmes.

Seizoensgebonden kwetsbaarheid

  • Broedseizoen vogels: zeer hoge gevoeligheid → vermijden noodzakelijk
  • Opvetperiode (voor vogeltrek): hoge gevoeligheid
  • Trek- en ruiperiodes: matige gevoeligheid
  • Voorjaar/zomer (schelpdieren en bodemleven): verhoogde kwetsbaarheid

Dagelijkse dynamiek

  • Werkzaamheden bij hoogwater hebben de voorkeur
  • Werkzaamheden bij laagwater veroorzaken aanvullende verstoring
  • Werkzaamheden bij springtij dienen te worden vermeden

Conclusie:
Planning van werkzaamheden dient primair te worden afgestemd op perioden met de laagste ecologische gevoeligheid.

    Geef een reactie

    Gerelateerde berichten